Internal Family Systems (IFS) is een psychotherapeutische methode die ervan uitgaat dat de menselijke psyche bestaat uit verschillende ‘delen’ of ‘subpersoonlijkheden’. Deze delen dragen eigen overtuigingen, emoties en gedragspatronen met zich mee, en worden gecoördineerd door een kernzelf die gekenmerkt wordt door compassie, kalmte en wijsheid. Maar hoe wetenschappelijk is deze benadering? Is IFS gebaseerd op empirisch onderzoek of vooral op klinische ervaring?
Onderzoek door IFS-Instituut
De afgelopen jaren is het aantal wetenschappelijke studies naar IFS sterk toegenomen. Het IFS Institute houdt een overzicht bij van gepubliceerde onderzoeken waarin de effectiviteit van IFS bij uiteenlopende klachten wordt onderzocht, waaronder PTSS, depressie, angststoornissen, eetstoornissen en chronische pijn.
Verschillende van deze studies laten positieve resultaten zien, zowel in klinische settings als bij bredere doelgroepen. Voor een compleet en actueel overzicht van deze onderzoeken verwijs ik graag naar de researchpagina van het IFS Institute.
Breder wetenschappelijk kader waarin ik verbanden zie
Wat ik persoonlijk fascinerend vind, is hoe de aannames en uitgangspunten van IFS verrassend goed aansluiten bij inzichten uit andere wetenschappelijke disciplines. Hoewel deze onderzoeken niet direct over IFS gaan, herken ik in hun bevindingen belangrijke parallellen met het gedachtegoed van IFS. Hieronder licht ik er een paar toe.
-
Fractale structuren en complexiteit
Fractals zijn patronen die zich op verschillende niveaus steeds herhalen. Dit principe wordt in natuurkunde, biologie en fysiologie gebruikt om complexe systemen te beschrijven. Voor mij doet dit denken aan hoe onze ‘delen’ in IFS met elkaar verweven zijn en zich op verschillende lagen van onze psyche kunnen uitdrukken. Ook al is er geen direct bewijs dat onze psyche uit fractale structuren bestaat, vind ik deze vergelijking inzichtgevend. Voor een meer uitleg over fractals verwijs ik naar de Wikipedia-pagina over fractals en fractal fysiologie.
-
Innerlijke delen en default network
Onderzoekers zoals Dr. Robin Carhart-Harris en organisaties als MAPS (Multidisciplinary Association for Psychedelic Studies) onderzoeken hoe psychedelica invloed hebben op onder andere het zogeheten default mode network (DMN) in de hersenen.
De precieze werking en hoe het samenhangt met andere gebieden in het brein wordt nog volop onderzocht. Toch is er binnen deze onderzoeken een terugkerend patroon zichtbaar: verminderde activiteit in het DMN gaat vaak samen met verlichting van vastzittende mentale patronen en een versterkt gevoel van innerlijke ruimte. Voor mij persoonlijk roept dit een interessante overeenkomst op met het werken met innerlijke delen in IFS-therapie. Wanneer dominante delen in IFS bewust worden uitgenodigd om wat meer naar de achtergrond te treden, ontstaat er vaak ruimte voor meer rust en compassie vanuit het ‘Zelf’. Dit is geen bewezen verklaring, maar een persoonlijke observatie van hoe deze verschillende velden elkaar kunnen aanvullen en verklaren.
-
Intergenerationeel trauma en epigenetica
Trauma kan niet alleen in een individu aanwezig zijn, maar ook via families en generaties worden doorgegeven. Dit wordt onderbouwd in studies naar transgenerationeel trauma en epigenetica: hoe omgevingsinvloeden en heftige ervaringen sporen kunnen achterlaten in onze genen en stresssystemen, die vervolgens worden doorgegeven aan volgende generaties. Voor meer informatie hierover kun je de Wikipedia-pagina over transgenerationeel trauma lezen.
Een therapie in ontwikkeling
Er is inmiddels een groeiend aantal studies dat positieve effecten van IFS aantoont, en daarnaast zie ik hoe bredere wetenschappelijke ontwikkelingen de aannames van deze methode ondersteunen. Voor mij maakt juist die combinatie het waardevol: een therapie die zowel onderzocht wordt als betekenisvol past in het grotere verhaal van hoe we menselijk bewustzijn en herstel steeds beter leren begrijpen.


